er
er staat
er staat naakt
tussen de golven
er staat naakt tussen de golven
een vrouw in verwachting
de zilte zee zwiept haar schede nat
moedermond die mij het leven in zal kussen
het verstrijken, verweken, haar buik spiert
trekt samen, ontsluit
bloed stroomt
langs haar liezen
de witte kragen schuim kleuren langzaam rood
de woelige baren
het woelige baren
haar lichaam verduurt eb en vloed
één schreeuw
te water gelaten
geboren in de branding
vallende ster
of aangespoeld langs de kustlijn ter wereld gebracht
het is een echo die nergens resoneert
en het dwalen langzaam verdwijnen wordt
niemand die het door heeft dat er een vraag bestaat
hoe noem ik dat hemelwezen in mij?
tussen land en moederschip
ik ben een walvis